Wij, de webkinderen

Vandaag komt nrcnext met een mooie vertaling door Stijn Meurkens van We, the webkids, een manifest van Piotr Czerski. Het manifest is een internethit. Merkens schrijft in zijn bijschrift:

Er gaat weinig boven een goed geschreven manifest. Omdat ze verandering vastleggen, de gevestigde orde raken waar het pijn doet. Omdat ze zekerheid en richting geven aan zaken die niet heel hard te maken zijn, waarden geven om op terug te vallen. Omdat een manifest mensen weet te verbinden en oproept tot actie. En omdat een goed manifest geschreven is in korte, pakkende zinnen. Een goed manifest onderscheidt zich door de schrijfstijl. Dwingend. Overtuigend. Staccato.

Een goed manifest doet je op zoek gaan naar een hamer, spijkers en een kerkdeur.

Piotr Czerski publiceerde op 11 februari dit jaar in de lokale Poolse krant Dziennik Bałtycki het artikel “My, dzieci sieci”. Een manifest over de denkbeelden van een ieder die is opgegroeid met het internet. 

Ik voel me erg thuis bij de gedachten van Czerski. Het is een fundamenteel betoog, op basis van een doorwrochte analyse. Het is persoonlijk en universeel. Knap.

Toch behoor ik duidelijk niet tot zijn generatie. De tien jaar die wij schelen positioneert mijn generatie – zo zegt Wikipedia – precies tussen Czerksi’s ‘wij’ en ‘jullie’ in. En daar ben ik helemaal thuis. Er tussenin, op de achtergrond. Zie mij als de tolk tussen online en offline generaties. Ik leef internet niet – ik gebruik het veel en ken het goed. En ik praat er veel over. Vooral met mensen die Internet niet begrijpen.

In die rol moet ik vaststellen dat Czerski precies dat nastreeft wat zijn ouders nastreefden: vrijheid. Telkens weer is dat vrijheidsstreven ook het wegduwen van de oudere generatie. Terwijl die generatie dat streven van de Y-generatie best snapt, zelfs voelt. Ze snappen de mogelijkheden van internet alleen niet ten volle. Het gesprek over fundamentele waarden is dus brug tussen on- en offline generatie. Het is tijd dat we dat gesprek vaker en intensiever voeren.

Kijk ook eens naar Nieuwe Meesters – daar brengen we dat in praktijk.

Nieuwe Meesters – online en intrinsiek gemotiveerd leren

Havo-klas H2C van het Baudartius College in Zutphen deed een project over de lokale politiek in Zutphen. Het doel van het project was om leerlingen kennis te laten maken met de Nederlandse staatsinrichting. De leerlingen hadden de opdracht om via sociale media en een weblog de lokale politiek te betrekken bij hun project. Vanochtend was ik op het afsluitende debat. Daar was te zien dat het project een succes is: raadsleden en lokale pers waren goed vertegenwoordigd.

Nieuwe Meesters – een product dat ik samen met Olga Kruidhof en Coopkracht lanceerde –  zorgde voor de sociale media integratie van het project. We hebben bestaande leerdoelen voor het project aangepast en aangevuld, om de mediawijsheid van de leerlingen te kunnen beoordelen. Daarnaast hebben we de leerlingen wegwijs gemaakt in het effectief gebruiken van sociale media. Hoe zend je een zakelijke Tweet? Hoe activeer je stakeholders in het project? Hoe ga je om met de resultaten van het online netwerken?

Wij merken dat de het integreren van mediawijsheid in het bestaande curriculum docenten betrekt: staande praktijk is een mooi uitgangspunt om een nieuw terrein te verkennen. We merken dat het mediawijsheid bij leerlingen zich verdiept: oorzaak en gevolg van online activiteit zijn in dit project ook offline zichtbaar en voelbaar. Al was het maar omdat je als gevolg van je online activiteit een debat voert ten overstaan van journalist en politici. Of omdat de bron van kennis vaak interessanter is als-ie van vlees en bloed is. Dergelijke bronnen zijn via sociale media makkelijk toegankelijk en daarmee vergroten sociale media de motivatie van leerlingen.

Als je daarbij optelt dat een dergelijk project mooie reclame is voor de school, dan weten wij zeker dat de aanpak van Nieuwe Meesters meerwaarde heeft voor iedere onderwijsinstelling.

Buurvrouw de deur staat open – over hacken en lekken

Er worden Kamervragen gesteld over de beveiliging van gemalen van Rijkswaterstaat en cv-installaties, omdat 1Vandaag daar gisteren een item over uitzond. Vragen over beveiliging van systemen op internet waren er ook over Diginotar, KPN en Anonymous. Tegelijkertijd zit de overheid hackers dicht op de huid, omdat burgers schrikken van al het nieuws over beveiligingslekken.

Veel van die beveiligingslekken ontstaan echter door nalatigheid. Via de links onder aan deze blog, en het intypen van gebruikers- en wachtwoordcombinaties als admin admin en root root kom je bij diverse organisaties zo binnen. Doe je dat, dan ben je hacker. Ten onrechte wordt hacken in verband gebracht met het verrichten van een onrechtmatige daad. Wikipedia zegt: Hacken is het vinden van toepassingen die niet door de maker van het middel bedoeld zijn (…) Ook het gebruik van een wasknijper om te voorkomen dat je broekspijp tussen je fietsketting komt is in principe een hack. Vreemd daarbij is de neiging van overheden om de techniek die gebruikt wordt bij hacks te willen verbieden.

Maak je melding van een door jou gemelde hack op één van de gemalen van Rijkswaterstaat kun je ook vergelijken met het binnenlopen bij je buurvrouw om te zeggen dat de voordeur open staat. Daarmee wordt keer op keer stellen van Kamervragen absurd. Tweede kamerlid: “Minister, de deur bij de buren staat alweer open! Hoe kan dat!?” Minister: “Wat staat de deur bij de buren alweer open? Dat moet ik uitzoeken! Ik zal de buren laten weten dat dat heel gevaarlijk is.” Tweede kamerlid: “Moeten we nog wel deuren gebruiken – misschien moeten we deuren wel verbieden.”

Wat mij betreft ligt de oplossing niet in het stellen van Kamervragen maar wél bij de politiek. Gemalen die aangesloten zijn op het internet zijn een fantastisch voorbeeld van onze vooruitgang. Online en offline, ict en maatschappij raken steeds meer verweven. Daarmee is een visie op de samenleving, inclusief ict noodzakelijk.  Al eerder schreef ik: Mij lijkt dat het ontwikkelen van die visie voer is voor politici. Hun perspectief moet een samenleving met ict omvatten, omdat we er zeer afhankelijk van zijn en nog meer worden.

Er zijn geen partijen in de Tweede Kamer die een portefeuillehouder ICT en Internet hebben, aan internet en ict gerelateerde thema’s zijn verdeeld over verschillende ministeries – en wij vinden het gek dat er overal op internet deuren open staan. Op het internet circuleren talloze zinvolle suggesties aan de overheid. Taskforces, regiegroepen, ministeries. Google maar ‘ns op ministerie voor ict.

Als je goed beleid maakt op internet en ict, als het een breed gedragen thema wordt in de samenleving, dan hoeven we het internet niet dicht te spijkeren – hoeven we de nieuwe techniek geen geweld aan te doen. Laten we beginnen.

Meer informatie
Tweakers.net | Proefschrift van Éireann P. Leverett over Scada Beveiliging met op blz. 22 verschillende zoektermen om systemen te benaderen |Shodan – zoekmachine die online apparaten wereldwijd weergeeft

Het gaat om het vertrouwen Van Veelen

Arjen van Veelen – classicus, opinieredacteur en columnist van nrc.next – schrijft vandaag in zijn krant over Facebookadvertenties. Hoe hij ze rechtsboven aanklikte om te ontdekken hoe Facebook zijn persoonlijkheid profileert. Van Veelen bestelt BuikWeg T-shirts, gaat naar een Audi-dealer, doet allerlei testjes. Hij kijkt daarbij naar zichzelf zoals ook de hij filosoof Michel de Montaigne deed en concludeert dat hij verandert door het nieuwe dat hij leert. Het levert een goed artikel op, dat laat zien dat social branding van alle tijden is.

Natuurlijk gaat Van Veelen spijt krijgen van zijn zelfonderzoek. Al was het maar omdat hij tot in lengte van dagen spam zal ontvangen van alle bedrijven aan wie hij zijn persoonsgegevens vrijwillig afstond. In het artikel worden de advertenties geduid als  precisiereclame, geflankeerd door de welbekende metafoor: oude marketing was schieten met hagel.

De spam die Van Veelen mag verwachten, zijn profiel dat doorverkocht en doorverkocht zal worden – ze leggen de ware aard van de advertenties bloot. Het is oude marketing in een nieuw jasje. Het verschil is dat er nu met nog veel meer hagel op Van Veelen geschoten gaat worden. Waarschijnlijk is het profiel van Van Veelen ook meer waard dan het T-shirt dat hij van BuikWeg kocht.

Bedrijven die social branding goed begrijpen zijn nog maar dun gezaaid. Goede branding komt van mijn garage (universeel, klein familie bedrijf in een dorp), die mij een degelijke occasion aanbied, omdat ze in mijn profiel gezien hebben dat ik op wintersport ga, dat ze weten dat mijn huidige auto best wat kilometers heeft gehad en dat de grote beurt weer voor de deur staat. Dat is precisiereclame. Dat is schieten met scherp. Dan wordt ik geraakt.

Het verschil met de bedrijven op Facebook en mijn garage zit ‘m in de tijd. Want de band met mijn garage is er al jaren, ik heb vertrouwen in zijn diensten en daarom hoeft hij mij niet te verleiden. Ga ik niet in op zijn aanbod? Even goede vrienden. Ga ik naar een andere garage? Even goede vrienden, hij heeft trouwe klanten genoeg die reclame voor hem maken.

Een netwerk opbouwen kost tijd en vraagt om vertrouwen. Sociale netwerken zetten inhoud/content  zo snel om dat het nauwelijks te volgen is. Marketing lijkt dat zelfde tempo te willen volgen en verleiden de klant liever dan vertrouwen te winnen en het netwerk zijn werk te laten doen. Doel is nog steeds om een product te verkopen, terwijl in sociale netwerken de relatie veel belangrijker is.

Hoe is het met de relatie en het vertrouwen tussen Van Veelen en al die adverteerders? Wellicht kunnen we daar in de krant nog ‘ns wat over vernemen.

Trend: tegengeluiden over sociale media en internet

NIEUWE TAAK VOOR ‘OUDE MEDIA

Twee artikelen over internet en sociale media in NRC-Weekend. Eén van Danny Mekic over Facebook- hij pleit voor een meer centrale rol voor gebruikers. En een interview met Evgeny Morozov hij hekelt ‘de de fetisj van openheid’ bij Facebook en Google. In de Volkskrant een artikel over het mislukken van een groot ict-project bij de Waterschappen. Inmiddels heeft de Volkskrant een reeks publicaties over mislukte ict-projecten bij de overheid. Veel van wat er geschreven wordt is niet nieuw, dat het nu in de krant staat, is wel nieuw.

Daarmee wordt er zo langzamerhand  een trend zichtbaar: media die de hype van internet en sociale media bewust van een tegengeluid voorzien. Dat is een goede zaak, want daar worden internet en de sociale media op den duur zeker beter van. Nu al worden er interessante vragen gesteld: Ben je burger of consument op Facebook? Kunnen we geen thuisserver maken voor persoonsprofielen, om privacy beter te beschermen? Hoe houdbaar zijn huidige verdienmodellen?

Toch is de beweging die de gevestigde media maken in mijn ogen een eerste stap. Om de werkelijke nuance op tafel te krijgen moet er nog veel gebeuren. Want hoe komt het dat veel aanbestedingen bij de overheid niet werken? Hoe komt het dat ict-bedrijven zich regelmatig vertillen? Wat moet daar veranderen? Hoe komt het dat de politiek zich nog onvoldoende bemoeit met de burgers op het internet?

Mijn hoop is dat oude media de taak om nieuwe media te beoordelen, snel en serieus – lees: nog serieuzer dan nu – op zich nemen. Want die oude media kunnen dat onafhankelijk doen. Daarbij maken ze zich in hun taak in de hele keten van ontwikkeling van nieuwe media onmisbaar als luis in de pels – nooit weg voor media die oplagen zien dalen.

De kleur van Twitter

nrc-next refereert vandaag aan de site van fastcodesign. Digitaal cartograaf Eric Fisher gebruikte de database van Twitter om taalgebieden van Twitter te visualiseren. Fantastische kaarten. “In de virtuele wereld betekent nationaliteit niets meer. Daar worden grenzen gedefinieerd met taal.”

Ict-drama bij UWV

GEEF DE KLANT WAT-IE NODIG HEEFT, NIET WAT-IE VRAAGT

In de Volkskrant van 29 oktober de kop Ict-drama bij UWV. Het is een goed voorbeeld van de slechte voorbeelden die Veldwijk  eerder aanhaalde. Het project is nog maar half opgeleverd, was op maximaal 40 miljoen euro begroot en kost nu negen keer zoveel – 350 miljoen euro.

Eén van de meest stuitende zaken: Capgemini geeft de opdracht na tweeënhalf jaar terug. De krant gaat in op het feit dat het UWV toch doorgaat met Capgemini. Ik zou graag stil staan bij het feit dat automatiseerders vrijwel altijd maken wat de klant vraagt, en niet wat-ie nodig heeft.

Maken wat nodig is en niet wat gevraagd wordt – dat is een zaak van Business / IT Alignment en IT governance. Simpel gezegd gaat het erom dat je de technische mogelijkheden en de bedrijfsvoering zo goed kent, dat je weet dat je een project uit te voeren is. Deze kennis wordt vaak vastgelegd in een zogenoemde informatiearchitectuur. Het maken van zo’n architectuur is – hoewel nuttig – toch ook zoiets als het opstellen van een begroting: je krijgt ‘m altijd wel sluitend. Een sluitende begroting is echter niet per se een realistische begroting.

Om de architectuur, de businesscase realistisch te krijgen moet de vraag: wat heeft mijn klant nodig veel meer centraal staan. En als je dat wat de klant wil uiteindelijk niet kan leveren, omdat dat niet realistisch is, geef de opdracht dan terug. Opdrachtgevers doen er goed aan om zich in de aanbestedingsopdracht te laten adviseren door een partij die niet de uitvoerder is. Dan is er in de analyse voor alignment en governance een onafhankelijke partij.


Cquenz

bezoek ook mijn website www.cquenz.nl sociale media integratie, communicatie & toepassingen @ internet

Twitter

Archief